Taal is iets bijzonders. Al voordat je geboren wordt, begint je taalontwikkeling en die stopt eigenlijk nooit. Er bestaan zoveel verschillende talen, dialecten, klanken en vormen – verbaal én non-verbaal. Maar taal kan ook lastig zijn, dat ervaar ik nu dagelijks.
Toen ik afgelopen september in Perú aankwam, kende ik slechts een paar woorden Spaans. Inmiddels heb ik niveau A1 behaald, maar het blijft moeilijk om consequent Spaans te spreken. Het Engels is zo verleidelijk, mijn Engels is verre van perfect, maar het gaat een stuk makkelijker en sneller dan spreken in het Spaans, dat levert mij veel meer frustratie op. In het begin was mijn hoofd één grote chaos van Nederlands, Engels en Spaans. Inmiddels kan ik die talen beter scheiden, maar het blijft wennen. Drie maanden lang sprak ik nauwelijks Nederlands, behalve tijdens telefoongesprekken met mijn familie. Ik probeer vaste uitdrukkingen in het Spaans te denken, woorden en zinnetjes die alledaags zijn, meteen in het Spaans uitspreken. Wanneer ik dan wel Nederlands kan praten, sluipen er toch Engelse of Spaanse woorden tussendoor.
Afgelopen week hadden we een Klinische campagne met het Medical Ministry Internacional (MMI) Perú in Cusco. Er was een grote groep (para)medici uit Georgia (VS) die meehielpen. Ik kon gewoon Engels praten, zonder mij schuldig te voelen dat ik geen Spaans sprak. Maar het gebeurde met enige regelmaat dat ik iets zei en de persoon mij glazig aankeek en vroeg om herhaling. Dan zei ik het nog een keer en daarna besefte ik waarom die blik van de ander zo glazig bleef, ik sprak Spaans, terwijl die Noord-Amerikaan geen Spaans verstond...
Google Translate helpt ook niet altijd. Zo wilde ik het woord ‘rommel’ gebruiken, maar kreeg ‘basura’ wat hier ‘vuilnis’ betekent. Of toen ik wilde uitleggen dat ik bijna geen vlees eet omdat ik het ‘zielig’ vind voor dieren. Google gaf ‘patético’, wat hier meer ‘aanstellerig zielig’ betekent. Gelukkig kunnen mijn collega's daar hard om lachen en plagen ze mij nu met deze woorden. Ze zullen nog lang aan mij denken als ik weg ben en zij deze woorden gebruiken!
Cultuurverschillen
Culturen hebben me nooit zo geïnteresseerd. Ik dacht altijd: elk huis heeft zijn eigen cultuur, ik ben wel wat gewend. Maar sinds ik in Perú ben, merk ik dat de verschillen groot zijn.
Een verjaardag bijvoorbeeld. ’s Ochtends om acht uur komt de familie al langs voor ontbijt: een groot stuk vlees in uiensoep. Voor de lunch gaat men naar een restaurant, waar opnieuw enorme stukken vlees worden gegeten. Iedereen betaalt zijn eigen maaltijd én die van de jarige. ’s Avonds is er taart – prachtig versierd – en wordt er gedanst tot een uur of negen. Dan is het feest voorbij.
Een aantal weken geleden kwam er een groep kinderen met een beperking uit Puno naar de kliniek in Arequipa. Zij hadden de hele nacht gereisd. In Nederland zou je dan voor een goed welkom zorgen, een goede ruimte waar zij kunnen verblijven, de hulpmiddelen zouden klaarstaan. Hier niet. De groep moest verblijven in de algemene wachtruimte, waar zij op de grond lagen of zaten. Er stonden geen hulpmiddelen klaar. Er werd de groep geen eten of drinken aangeboden, zelfs geen beker water. Mijn collega-fysiotherapeut wist niet dat haar normale agenda was leeg geveegd en dat zij geacht werd om mee te helpen. Zij, de technische man en ik hebben keihard gewerkt. En de organisator? Die zat te vergaderen op het kantoor en was onzichtbaar tot de tijd begon te dringen. Na de hele dag in de wachtruimte gehangen te hebben, ging de groep weer richting de bus, terug naar Puno. Mij met gemengde gevoelens achterlatend...
Vlak voor kerst hadden we een afscheidsetentje van de enige ergotherapeut bij MMI. Er was een paar keer in de appgroep gezet dat we er stipt 19.00u moesten zijn. Ook heb ik nog minimaal 3 keer gevraagd of het Peruaans of Europees uur zou zijn. Er werd mij verzekerd dat het 19.00u Europees uur zou zijn. Dus ik was daar keurig om 19.03u. Er was niemand. Om 19.20u en 19.30u kwam er een collega. Het was over 20.00u voordat iedereen er was en we het eten konden bestellen. Dat zou in Nederland echt niet kunnen!
Vorige week was dus de klinische campagne met de groep uit Georgia. Hier heb ik grote cultuurverschillen gemerkt. Ik kwam wat later en alleen aan, in verband met mijn eigen weekje vrij. Ik was niet ingelicht over de campagne en wist niet wat ik kon verwachten. Het bleken dus niet 'een paar' Amerikanen te zijn, maar een groep van zo'n 50 Amerikanen, die druk bezig waren met het klaarzetten van de spullen. Mijn collega's van MMI begroetten mij op z'n Peruaans: 'Hola Johanna como está?' geven een korte hug met kus op de wang en gaan weer door met waar ze mee bezig waren. Terwijl ik zo alles eens probeerde te overzien en mij een beetje verloren voelde, kwam er een vrouw uit de groep Amerikanen, die mij enthousiast begroette: 'Hello, you are Johanna, the occupational therapist from Holland? We are so happy to meet you, you are very welcome......' Ze stelde zich voor als collega-ergotherapeut en nam me mee naar onze andere collega's. We hebben een goede samenwerking gehad, waarin we tot zegen konden zijn voor heel veel mensen.
Het was die week best lastig om mijn plekje te vinden, ik hoorde niet bij de Amerikanen, maar bij de Peruanen hoorde ik ook niet. Dan trok ik mij soms maar een beetje terug, al dat Engels en vooral het Spaans volgen, dat kost veel energie. Daar kwam bij dat mij écht niets verteld werd over het schema van de week en wat er van mij verwacht werd. Dat was jammer, ik had meer van de week kunnen genieten als mij meer verteld werd.
Een spiegel naar mijn zus
Door dit soort ervaringen met taal en cultuur, kan ik een heel klein beetje invoelen hoe mijn zus zich moet voelen. Mijn zus is ernstig meervoudig gehandicapt. Zij praat nauwelijks en loopt niet (meer). Door haar verstandelijke beperking zal het voor haar ook moeilijk zijn om (gesproken) taal te volgen. Door haar onvermogen om zelf gesproken taal te gebruiken, kan zij zich ook niet goed uitdrukken. Zij kan ook niet vragen om verduidelijking of wat haar te wachten staat die dag. Veel dingen overkomen haar. Ze moet maar afwachten of ze op een dag bezoek krijgt en wie er dan komt, of ze die dag naar buiten kan, of binnen moet blijven. En als er veel mensen in een ruimte zijn die door elkaar heen kletsen, dan kan ze dat zomaar langs haar heen laten gaan en lijkt het alsof ze in haar eigen wereldje is. Het moet voor haar vast net zo voelen, zoals ik mij voel tussen alle Spaans sprekenden.
Lieve zus, ik deal hier nog geen 4 maanden mee en vind het al vermoeiend, jij dealt er al bijna 46 jaar mee. Ik heb zó ontzettend veel respect voor jou!!!
Wat ben ik dankbaar dat ik deze ervaringen mag opdoen, het zal mij helpen in het begrijpen van mensen met (meervoudige) beperkingen. Zeker in een land als Perú, waar de overheid niets voor hen doet en er geen PGB of WLZ-indicatie bestaan. Ouders moeten alles zelf uitzoeken en alles moeten ze zelf betalen. Hierdoor kan er lang niet altijd goede en passende hulp geboden worden. Zowel aan de ouders en broers/zussen niet, als aan het kind met de beperking niet. Met mijn project hoop ik met Gods hulp de komende jaren een begin te kunnen maken om een verschil te zijn voor deze mensen.
Reactie plaatsen
Reacties
Wat een mooi persoonlijk verhaal. Heel ontroerend.
Gods zegen voor jouw en je werk.
Super mooi, Willemijn 😄
Geweldig mooi geschreven, ook mij ontroerde dit verhaal.
Veel zegen en succes met jouw cliënten in Peru en voor jou persoonlijk.